Productinformatie Erytropoëtine

Epo exprex Erytropoëtine
Bij bloeddoping neemt het uithoudingsvermogen toe doordat de zuurstofcapaciteit van het bloed wordt verhoogd. Zes tot twaalf weken vóór de wedstrijd wordt bij de sporter een flinke hoeveelheid bloed afgenomen, waarna de rode bloedcellen vlak voor de wedstrijd weer worden teruggegeven. Door de extra hoeveelheid hemoglobine kan het bloed dan meer zuurstof transporteren. Hoewel een betrouwbare controletest ontbrak, heeft het IOC bloeddoping indertijd toch in de dopinglijst opgenomen. Risico’s van bloeddoping zijn zeker niet uit te sluiten, zoals infecties (hepatitis, aids) en bloedklontering, vooral als niet het eigen bloed van de sporter wordt gebruikt.

EPO is de afkorting van epoëtine (Abseamed®, Binocrit®, Eporatio, Eprex®, NeoRecormon®,
Retacrit®) of erytropoëtine, een door de nieren geproduceerdlichaamseigen hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen (erytrocyten) stimuleert (zie ook de sectie ‘Nieren en Urinewegen‘). Wanneer sporters EPO inspuiten, neemt het aantal rode bloedcellen toe, waardoor meer zuurstof van de longen naar de spieren kan worden getransporteerd. Bij duursporters als langlaufers, wielrenners en langebaanschaatsers werkt dat prestatieverhogend. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was al duidelijk geworden dat door bloeddoping de tijd over 10 kilometer hardlopen met circa 70 seconden werd verkort, een prestatieverbetering van ongeveer 3 tot 4 procent. Dat kan het verschil betekenen tussen winnen en laatste worden. Met EPO werden soortgelijke resultaten vastgesteld.

Sinds de introductie in 1987 konden de sporters EPO Erytropoëtine ongestoord gebruiken, omdat er geen goede urine- of bloedtest beschikbaar was. Het probleem bij de opsporing was dat EPO ook door het lichaam zelf wordt aangemaakt. In een test kon geen onderscheid worden gemaakt tussen de lichaamseigen en de geïnjecteerde EPO. Sinds de Olympische Spelen in Sydney is dat veranderd.
Met een gecombineerde urine- en bloedtest kan worden vastgesteld of een sporter het verboden middel heeft gebruikt (zie ook kader hierna). Sinds het najaar van 2001 is er een nieuw soort EPO beschikbaar en op de (zwarte) markt verschenen. Het heet darbepoëtine(Aranesp®).
Het enige verschil met EPO is dat het een tweemaal zo lange werking heeft.

EPO-gebruik is een stuk minder schadelijk dan het gebruik van androgene en anabole steroïden.
Het kan leiden tot stijging van de bloeddruk en griepachtige symptomen (hoofd- en gewrichtspijn, gevoel van zwakte, duizeligheid en vermoeidheid), vooral in het begin van het gebruik. EPO Erytropoëtine leidt – zoals bedoeld – tot een toename van het aantal rode bloedcellen, met als gevolg dat het bloed stroperiger wordt. Daardoor kan een soort trombose (bloedklontering) ontstaan, met als gevolg weefsel- en orgaanschade. De acute dood van een aantal jonge wielrenners zou hiermee in verband kunnen staan, maar dat is nooit afdoende bewezen.